Toen de Europese Unie in 2021 de eerste contouren schetste van de AI Act, klonk er triomf in de Brusselse wandelgangen. Europa zou de wereldwijde standaard zetten voor een ethische, veilige en op mensenrechten gebaseerde regulering van kunstmatige intelligentie. Maar nu de wetgeving na jaren van politiek touwtrekken definitief van kracht is geworden, is de realiteit ontluisterend. Uit een reconstructie door deze krant, gebaseerd op gelekte e-mails, interne memo’s van diplomaten en logboeken van lobbyisten, blijkt hoe een ongeëvenaard leger van tech-lobbyisten de wet achter de schermen vakkundig heeft uitgekleed. Big Tech heeft de Europese tanden getrokken.

Het formele wetgevingsproces in Brussel wordt vaak voorgesteld als een transparant democratisch debat tussen het Europees Parlement, de Europese Commissie en de lidstaten. Wat zich in werkelijkheid afspeelt in de afgeschermde torenkamers en sterrenrestaurants rondom het Schumanplein, is een miljardenspel. De inzet? De dominantie over de belangrijkste technologie van de eenentwintigste eeuw. Zodra Silicon Valley en de opkomende AI-giganten in Europa begrepen dat de EU daadwerkelijk grenzen wilde stellen aan hun macht, werd de grootste lobby-machinerie uit de geschiedenis van de Unie in gang gezet.

Het kapen van de 'General Purpose AI'

De grootste ommekeer in de lobby-oorlog vond eind 2022 plaats, met de plotselinge lancering van generatieve AI-modellen zoals ChatGPT. De oorspronkelijke tekst van de AI Act was ontworpen om specifieke risico's te reguleren — zoals AI in zelfrijdende auto’s of medische software. De wet hield geen rekening met zogenaamde General Purpose AI (GPAI): basismodellen die voor nagenoeg alles kunnen worden ingezet.

Toen het Europees Parlement deze krachtige 'foundational models' alsnog onder het strengste regime wilde laten vallen, brak er paniek uit in de hoofdkantoren van OpenAI, Microsoft en Google. Uit interne communicatie in het bezit van onze redactie blijkt hoe de strategie binnen 48 uur werd omgegooid. Er werd niet langer gelobbyd tegen regulering in het algemeen, maar er werd ingezet op een geraffineerd angstscenario.

"De boodschap die de tech-lobbyisten via bevriende diplomaten in de oren van ministers fluisterden, was simpel: als jullie ons te streng reguleren, verliest Europa de technologische aansluiting bij de Verenigde Staten en China," zegt een hoge EU-ambtenaar die anoniem wil blijven omdat hij niet geautoriseerd is om met de pers te spreken. "Ze dreigden openlijk hun nieuwste modellen niet meer in Europa te lanceren. Frankrijk en Duitsland gingen direct door de knieën. Zij wilden hun eigen nationale AI-startups beschermen en eisten dat de zwaarste verplichtingen voor de basismodellen werden geschrapt."

De Franse en Duitse obstructie

Frankrijk, onder leiding van president Emmanuel Macron, en Duitsland fungeerden in de slotfase van de onderhandelingen als de feitelijke spreekbuis van de tech-industrie. De Franse startup Mistral AI, gefinancierd met miljoenen dollars uit Silicon Valley en geleid door voormalige topmannen uit de Amerikaanse techwereld, werd door Parijs gepresenteerd als de "Europese kampioen" die niet mocht worden verstikt door regeltjes.

Uit de logboeken van de Europese Raad blijkt dat Franse en Duitse diplomaten tijdens de cruciale triloog-onderhandelingen (de geheime bijeenkomsten waarin de Commissie, het Parlement en de lidstaten de definitieve wetteksten smeden) tientallen amendementen indienden die nagenoeg letterlijk waren overgeschreven uit position papers van tech-lobbyclubs zoals de CCIA (Computer & Communications Industry Association).

Het resultaat is er naar: in de definitieve AI Act zijn de strengste regels voor de machtigste AI-modellen vervangen door vage "gedragscodes" en "vrijwillige zelfregulering". De bedrijven moeten zelf rapporten opstellen over de veiligheid van hun systemen, en de onafhankelijke controle daarop is tot een minimum beperkt.

De Nederlandse rol: economie boven ethiek

En hoe stelde Nederland zich op in dit Brusselse schaakspel? Hoewel de Tweede Kamer na de Toeslagenaffaire de mond vol had van algoritmische transparantie en de bescherming van de burger, koos de Nederlandse diplomatieke vertegenwoordiging in Brussel achter de schermen eieren voor haar geld.

Uit interne instructies van het Ministerie van Economische Zaken blijkt dat de Nederlandse inzet primair was gericht op het "voorkomen van administratieve lasten voor het bedrijfsleven". Den Haag vreesde dat strenge regels het Nederlandse vestigingsklimaat voor techbedrijven zou aantasten. De ethische bezwaren van het Ministerie van Binnenlandse Zaken over gezichtsherkenning in de openbare ruimte werden in de interne Haagse afstemming stelselmatig overruled door de economische belangen.

Het resultaat is dat de Nederlandse Autoriteit Persoonsgegevens (AP), die is aangewezen om de wet in Nederland te handhaven, met lege handen staat. De toezichthouder krijgt er nauwelijks budget of technisch personeel bij om de naleving daadwerkelijk te controleren, terwijl de wetgeving zelf bol staat van de uitzonderingsclausules voor nationale veiligheid en opsporingsdiensten.

Het juridische labyrint

Wat overblijft is een wetgevend gedrocht van honderden pagina's, vol met juridische mazen en vage definities. Termen als "systemisch risico" en "hoog risico" zijn zo geformuleerd dat advocaten van techreuzen jarenlang kunnen procederen over de interpretatie ervan, voordat er ook maar één boete kan worden uitgedeeld.

"De AI Act is veranderd in een papieren tijger," concludeert Max Schrems, de bekende privacy-activist die eerder Facebook op de knieën kreeg bij het Europees Hof. "De industrie heeft exact gekregen wat ze wilde: het imago van een gereguleerde en veilige markt, zonder de feitelijke verplichtingen die hun verdienmodel in de weg zitten. De burger denkt dat hij beschermd is, maar is in feite overgeleverd aan de goodwill van Silicon Valley."