Sarcoïdose is een relatief zeldzame, systemische aandoening waarbij er sprake is van spontane ontstekingen in verschillende organen en weefsels van het lichaam. Bij deze ontstekingen hopen witte bloedcellen zich op en vormen ze kleine knobbeltjes, die granulomen worden genoemd. Hoewel sarcoïdose in elk orgaan kan voorkomen, tast de ziekte in meer dan 90 procent van de gevallen de longen en de lymfeklieren in de borstkas aan. De aanwezigheid van deze granulomen kan de normale functie van het longweefsel ernstig verstoren.

Oorzaken en Risicofactoren

De exacte oorzaak van sarcoïdose is tot op de dag van vandaag onbekend. Wetenschappers vermoeden dat het gaat om een abnormale, overmatige reactie van het immuunsysteem op een onbekende trigger uit de omgeving (zoals een bacterie, virus of chemische stof) bij mensen die hier genetisch vatbaar voor zijn. De ziekte is niet besmettelijk en niet direct erfelijk, hoewel het soms binnen families vaker voorkomt. Sarcoïdose openbaart zich meestal bij jonge volwassenen tussen de 20 en 40 jaar.

Symptomen

Sarcoïdose kent een acuut verloop en een chronisch verloop. De acute vorm (vaak het syndroom van Löfgren genoemd) begint plotseling met koorts, pijnlijke en gezwollen gewrichten (vooral de enkels) en pijnlijke, blauwrode knobbels op de schenen (erythema nodosum).

De chronische vorm ontwikkelt zich heel langzaam en geeft vaak pas in een later stadium duidelijke klachten. Veelvoorkomende symptomen van pulmonale (long-) sarcoïdose zijn:

  • Een hardnekkige, droge hoest.

  • Kortademigheid, met name bij lichamelijke inspanning.

  • Pijn of een onbehaaglijk, drukkend gevoel op de borst.

  • Extreme, vaak invaliderende vermoeidheid die niet verdwijnt na rust.

  • Nachtzweten en onverklaarbaar gewichtsverlies.

Diagnose en Behandeling

Het stellen van de diagnose is vaak een complex proces omdat de symptomen lijken op die van andere longziekten. Er wordt gebruikgemaakt van een röntgenfoto of CT-scan van de borstkas, longfunctieonderzoeken en vaak een bronchoscopie om weefsel (een biopt) te verzamelen waarin de karakteristieke granulomen kunnen worden aangetoond.

In veel gevallen is een behandeling niet direct nodig, omdat sarcoïdose bij een groot deel van de patiënten binnen twee tot drie jaar spontaan en restloos geneest. De patiënt wordt dan nauwlettend gecontroleerd. Als de granulomen echter vitale longfuncties bedreigen of ernstige klachten veroorzaken, worden medicijnen ingezet die het immuunsysteem onderdrukken. Corticosteroïden (zoals prednisolon) zijn hierbij de eerste keuze. Voor patiënten bij wie dit niet helpt, kunnen zwaardere immunosuppressiva worden voorgeschreven.