Allergische Bronchopulmonale Aspergillose (ABPA) is een complexe, immunologische longziekte die gekenmerkt wordt door een overmatige allergische reactie op de schimmel Aspergillus fumidatus. Deze schimmel komt overal in de natuur en in het dagelijks leefmilieu voor, bijvoorbeeld in compost, rottende bladeren, stoffige ruimtes en vochtige gebouwen. Terwijl gezonde mensen de ingeademde sporen moeiteloos uithoesten of vernietigen, veroorzaakt de schimmel bij patiënten met ABPA een chronische, heftige ontstekingsreactie in de luchtwegen.
Risicofactoren en Pathologie
ABPA treedt vrijwel uitsluitend op bij patiënten die al een chronische longziekte hebben, met name patiënten met allergisch astma of mucoviscidose (taaislijmziekte). Bij deze groepen is de slijmafvoer in de longen vaak al verminderd. De schimmelsporen nestelen zich in het dikke slijm van de bronchiën en beginnen daar te groeien (kolonisatie).
De aanwezigheid van de schimmel lokt een zware type I (directe) en type III (immuuncomplex) allergische reactie uit. Het lichaam produceert massaal IgE-antistoffen en trekt eosinofiele witte bloedcellen aan. Deze ontstekingsreactie beschadigt de wanden van de bronchiën, wat leidt tot het ontstaan van bronchiëctasieën (blijvende verwijdingen en beschadigingen van de luchtwegen) en slijmpluggen die de luchtwegen blokkeren.
Symptomen
De symptomen van ABPA lijken sterk op die van een zware, oncontroleerbare astma-aanval of een hardnekkige longinfectie:
-
Ernstige en terugkerende perioden van wheezing (piepende ademhaling) en kortademigheid die niet of nauwelijks reageren op standaard luchtwegverwijders.
-
Een zware, productieve hoest waarbij de patiënt typische, taaie en bruine slijmproppen (sputumpluggen) ophoest.
-
Perioden met milde koorts en algemene malaise.
-
Bloedspuwing (hemoptoë) door beschadiging van de luchtwegwanden.
Diagnose en Behandeling
De diagnose wordt gesteld op basis van een combinatie van criteria: een voorgeschiedenis van astma of CF, een positieve huidpriktest voor Aspergillus, een extreem hoog totaal IgE-gehalte in het bloed, en de aanwezigheid van specifieke antistoffen (IgG en IgE) tegen de schimmel. Op een CT-scan van de borstkas zijn vaak centrale bronchiëctasieën en slijmpluggen zichtbaar.
De behandeling van ABPA heeft een tweeledig doel: het onderdrukken van de heftige allergische ontstekingsreactie en het verminderen van de schimmellast in de longen. De hoeksteen van de behandeling bestaat uit orale corticosteroïden (zoals prednisolon) om de ontsteking direct te remmen. Om de dosering van deze zware medicijnen te kunnen verlagen en de schimmel direct aan te pakken, worden ze gecombineerd met orale antischimmelmedicijnen (antimycotica zoals itraconazol of voriconazol). Regelmatige controle van de longfunctie en het IgE-gehalte is noodzakelijk om opvlammingen tijdig te signaleren.
