Kinkhoest is een zeer besmettelijke bacteriële infectie van de luchtwegen die bekend staat om zijn kenmerkende, langdurige en uitputtende hoestbuien. Hoewel de ziekte vroeger vooral als een kinderziekte werd beschouwd, komt Kinkhoest tegenwoordig ook steeds vaker voor bij tieners en volwassenen, bij wie de immuniteit door eerdere vaccinaties is afgenomen. Voor ongevaccineerde zuigelingen is de ziekte echter levensgevaarlijk.

Oorzaak en Besmetting

De aandoening wordt veroorzaakt door de bacterie Bordetella pertussis. Deze bacterie nestelt zich in het slijmvlies van de luchtwegen en produceert toxinen (gifstoffen) die de trilhaarcellen beschadigen. Hierdoor hoopt slijm zich op en worden de hoestreflexen extreem geprikkeld. De besmetting verloopt via druppeltjes in de lucht die vrijkomen bij hoesten en niezen.

Symptomen en Fasen

Het ziekteverloop van kinkhoest is berucht langdradig en wordt vaak "de honderddagenhoest" genoemd. De ziekte verloopt in drie opeenvolgende fasen:

  1. De catarrhale fase (1-2 weken): Dit begint als een gewone verkoudheid met een loopneus, milde hoest en lichte verhoging. In deze fase is de patiënt het meest besmettelijk.

  2. De paroxysmale fase (2-6 weken): De hoest verandert in plotselinge, opeenvolgende hoestbuien (paroxysmen) waarbij de patiënt moeite heeft om adem te halen. De aanval eindigt vaak met een gierende, gierende inademing (het "kinken") en het opgeven van taai, helder slijm, wat regelmatig leidt tot braken. Bij baby's treden deze hoestbuien soms niet op, maar kunnen ze plotseling stoppen met ademen (apneu) en blauw aanlopen.

  3. De herstelfase (weken tot maanden): De hoestbuien nemen langzaam in frequentie en ernst af, maar kunnen bij een nieuwe verkoudheid direct weer opvlammen.

Diagnose en Behandeling

De diagnose wordt gesteld via een PCR-test (keel- of neusslijmmonster) of bloedonderzoek.

Als kinkhoest in een vroeg stadium (vóór de zware hoestbuien) wordt ontdekt, kan een antibioticakuur de ernst van de ziekte verminderen. In een later stadium helpen antibiotica niet meer om de klachten te verlichten, maar ze zorgen er wel voor dat de patiënt de bacterie niet meer overdraagt op anderen. De belangrijkste preventieve maatregel is vaccinatie via het rijksvaccinatieprogramma (DKTP-prik) en de maternale kinkhoestvaccinatie voor zwangere vrouwen, om pasgeborenen vanaf de geboorte te beschermen.