Larynxcarcinoom, in de volksmond strottenhoofdkanker genoemd, is een kwaadaardige tumor die ontstaat in het slijmvlies van het strottenhoofd (de larynx). Het strottenhoofd bevindt zich in de hals en speelt een cruciale rol bij de ademhaling, de bescherming van de luchtpijp tijdens het slikken (via het strotklepje) en de stembruising via de stembanden. Larynxcarcinoom behoort tot de hoofd-halstumoren en komt aanzienlijk vaker voor bij mannen dan bij vrouwen, hoewel het aantal vrouwelijke patiënten de laatste jaren stijgt. De ziekte openbaart zich meestal na het 50e levensjaar.
Risicofactoren
De absolute hoofdveroorzaker van strottenhoofdkanker is tabaksrook. Het overgrote deel van de patiënten heeft een langdurige geschiedenis van roken. De schadelijke, carcinogene stoffen in rook irriteren en beschadigen de cellen van het slijmvlies continu, wat uiteindelijk leidt tot kwaadaardige celveranderingen. Wanneer roken wordt gecombineerd met overmatig alcoholgebruik, versterken deze twee factoren elkaar op desastreuze wijze; het risico op het ontwikkelen van de ziekte stijgt dan exponentieel. Andere, minder frequente risicofactoren zijn chronische blootstelling aan asbest of houtstof, en een infectie met het Humaan Papillomavirus (HPV).
Symptomen en Locatie
De symptomen van een larynxcarcinoom zijn sterk afhankelijk van de exacte locatie van de tumor binnen het strottenhoofd. Het strottenhoofd wordt medisch onderverdeeld in drie zones:
-
Glottisch (op de stembanden): Dit is de meest voorkomende locatie. Omdat de tumor direct de trilling van de stembanden verstoort, is het eerste en belangrijkste symptoom aanhoudende heesheid of een verandering van de stem die langer dan drie weken duurt zonder duidelijke oorzaak (zoals een verkoudheid).
-
Supraglottisch (boven de stembanden) en Subglottisch (onder de stembanden): Deze tumoren geven in het begin vaak geen heesheid. De symptomen treden pas later op en omvatten slikklachten, het gevoel alsof er een brok in de keel zit (globusgevoel), uitstralende pijn naar de oren, een chronische hoest en in een gevorderd stadium een hoorbare, gierende ademhaling (stridor) en kortademigheid door een vernauwde luchtweg.
Diagnose en Behandeling
Bij het vermoeden van strottenhoofdkanker voert de KNO-arts een laryngoscopie uit, waarbij met een flexibele camera via de neus of mond in de keel wordt gekeken. Als er een afwijking wordt gezien, wordt er onder algehele narcose een biopsie (weefselhapje) genomen voor pathologisch onderzoek. Een CT- of MRI-scan brengt de exacte omvang en eventuele uitzaaiingen naar de lymfeklieren in de hals in beeld.
De behandeling hangt af van het stadium van de ziekte. In een vroeg stadium is de prognose goed en kan vaak worden volstaan met een laseroperatie via de mond of met radiotherapie (bestraling), waarbij de stem behouden blijft. In een gevorderd stadium is vaak een totale laryngectomie noodzakelijk. Hierbij wordt het gehele strottenhoofd operatief verwijderd. De luchtpijp wordt permanent omgelegd naar een opening in de hals (een stomu). De patiënt ademt dan niet meer via de neus of mond, en moet via speciale technieken of een stemprothese opnieuw leren spreken.
