Laryngomalacie is een aangeboren aandoening van de bovenste luchtwegen en is de meest voorkomende oorzaak van een hoorbare, gierende ademhaling (stridor) bij baby's. Het woord is afgeleid van larynx (strottenhoofd) en malacie (weking). Bij baby's met laryngomalacie zijn de kraakbeenstructuren boven de stembanden (het strotklepje en de omliggende weefsels) abnormaal slap en flexibel. Dit leidt tot een functionele vernauwing van de luchtweg tijdens de inademing.
Het Mechanisme
Wanneer een gezonde baby inademt, zorgt de negatieve druk ervoor dat de luchtwegen openblijven. Bij een baby met laryngomalacie is het weefsel boven het strottenhoofd echter zo slap dat het tijdens de inademing naar binnen wordt gezogen (prolaps). Dit slappe weefsel gaat vibreren in de luchtstroom, wat het karakteristieke, gierende geluid veroorzaakt. Tijdens de uitademing wordt het weefsel weer naar buiten geblazen, waardoor het ademhalingsgeluid dan vaak normaal is.
Symptomen
De symptomen zijn meestal niet direct bij de geboorte aanwezig, maar ontwikkelen zich in de eerste weken daarna (vaak rond de leeftijd van 4 tot 6 weken). De belangrijkste kenmerken zijn:
-
Een inspiratoire stridor: een hoogfrequent, gierend of snurkend geluid dat uitsluitend hoorbaar is bij het inademen.
-
Het geluid wordt erger wanneer de baby op de rug ligt, huilt, zich inspant of drinkt. Tijdens diepe slaap of rust is het vaak stiller.
-
Milde intrekkingen: de huid onder de ribben of bij de hals trekt zichtbaar naar binnen tijdens het ademen.
-
Voedingsproblemen: sommige baby's hebben moeite met de coördinatie van zuigen, slikken en ademen, wat leidt tot frequent verslikken of spugen (vaak verergerd door reflux).
Diagnose en Verloop
De diagnose wordt gesteld door een KNO-arts via een flexibele laryngoscopie (kijkonderzoek via de neus) terwijl de baby wakker is, zodat de beweeglijkheid van het strottenhoofd live beoordeeld kan worden.
Gelukkig is de prognose van laryngomalacie in meer dan 90 procent van de gevallen uitstekend. Het is een aandoening waar de baby letterlijk 'overheen groeit'. Naarmate het kind ouder wordt en groeit, rijpt het kraakbeen en wordt het strottenhoofd steviger en wijder. Bij de meeste kinderen verdwijnen de symptomen spontaan tussen de leeftijd van 12 en 18 maanden. Een behandeling is dan ook zelden nodig, behalve het monitoren van de groei. Slechts in zeer zeldzame, ernstige gevallen (waarbij de baby niet groeit, blauw aanloopt of ernstige ademnood heeft) is een kleine chirurgische ingreep (supraglottoplastiek) nodig om het overtollige, slappe weefsel weg te trimmen.
