Allergische rhinitis, in de volksmond beter bekend als hooikoorts (wanneer het door pollen komt) of een chronische neusallergie (door huisstofmijt of huisdieren), is een veelvoorkomende ontsteking van het neusslijmvlies. Hoewel het strikt genomen een aandoening van de bovenste luchtwegen is, staat het in de moderne geneeskunde onlosmakelijk verbonden met aandoeningen van de lagere luchtwegen, met name astma. Dit concept wordt samengevat in de medische stelling: "One Airway, One Disease".

Oorzaak en Mechanismen

Allergische rhinitis ontstaat door een overgevoeligheidsreactie van het immuunsysteem op onschuldige omgevingsstoffen (allergenen). Bij contact met deze stoffen produceren afweercellen specifiek IgE-antistoffen, wat leidt tot de massale afgifte van histamine. Histamine zorgt voor vaatverwijding, zwelling van het neusslijmvlies en overmatige slijmproductie.

De link met astma is tweeledig. Ten eerste zorgt een verstopte neus ervoor dat patiënten door hun mond gaan ademen. Hierdoor wordt de ingeademde lucht niet meer door de neus gefilterd, verwarmd en bevochtigd, waardoor koude, droge en stoffige lucht direct de bronchiën irriteert. Ten tweede veroorzaakt de allergische reactie in de neus een systemische ontstekingsreactie in het hele lichaam, die de hyperactiviteit van de longen versterkt.

Symptomen

De symptomen van allergische rhinitis zijn herkenbaar en omvatten:

  • Frequente, opeenvolgende niesbuien (vooral 's ochtends).

  • Een waterige loopneus of juist een hardnekkig verstopte neus.

  • Jeukende, branderige en tranende ogen.

  • Een kriebelend gevoel in de keel of achterin de neus.

  • Vermoeidheid en concentratieproblemen door een verstoorde nachtrust.

Bij patiënten die tevens astma hebben, leidt een opvlamming van allergische rhinitis bijna altijd tot een directe verergering van astmasymptomen, zoals hoesten, een piepende ademhaling en kortademigheid.

Diagnose en Behandeling

De diagnose wordt gesteld op basis van het klachtenpatroon en bevestigd met een huidpriktest of een RAST-bloedtest om de specifieke allergenen te identificeren.

De behandeling is cruciaal, niet alleen om de neusklachten te verlichten, maar ook om het risico op het ontwikkelen van astma (de zogenaamde 'allergische mars') te verkleinen. De therapie bestaat uit het vermijden van allergenen, aangevuld met antihistaminica (tabletten) en ontstekingsremmende corticosteroïd-neussprays. Voor patiënten met ernstige, hardnekkige klachten kan immunotherapie (allergievaccinatie) worden overwogen. Hierbij wordt het lichaam gedurende enkele jaren blootgesteld aan stijgende doses van het allergeen, om zo tolerantie op te bouwen en de allergie bij de bron aan te pakken.