Longkanker (bronchuscarcinoom) is wereldwijd een van de meest voorkomende en dodelijke vormen van kanker. De ziekte ontstaat door een ongeremde deling van kwaadaardige cellen in het slijmvlies van de luchtwegen of de longblaasjes. Hoewel roken de absolute hoofdoorzaak is (verantwoordelijk voor ca. 85% van de gevallen), kunnen ook niet-rokers de ziekte ontwikkelen, bijvoorbeeld door blootstelling aan radon, fijnstof of passief roken. In de geneeskunde wordt longkanker strikt onderverdeeld in twee hoofdtypen, omdat hun biologische gedrag, groeisnelheid en behandeling totaal verschillend zijn.
1. Niet-Kleincellig Longcarcinoom (NSCLC)
Het niet-kleincellig longcarcinoom is veruit de meest voorkomende vorm en omvat ongeveer 85 procent van alle longkankergevallen. NSCLC groeit en verspreidt zich over het algemeen aanzienlijk langzamer dan de kleincellige variant. Het wordt onderverdeeld in drie subtypen:
-
Adenocarcinoom: Ontstaat in de slijmproducerende cellen, vaak aan de buitenkant (periferie) van de longen. Dit is de vorm die het meest gezien wordt bij niet-rokers en vrouwen.
-
Plaveiselcelcarcinoom: Ontstaat in de platte cellen die de binnenkant van de grote luchtwegen bekleden, meestal centraal in de longen. Dit type is sterk gerelateerd aan roken.
-
Grootcellig carcinoom: Een zeldzamere, snelgroeiende variant die overal in de long kan ontstaan.
2. Kleincellig Longcarcinoom (SCLC)
Het kleincellig longcarcinoom omvat de resterende 15 procent van de gevallen. Onder de microscoop zijn de cellen erg klein en rond. SCLC is een extreem agressieve vorm van kanker die vrijwel uitsluitend voorkomt bij (ex-)rokers. De tumor groeit zeer snel en zaait al in een heel vroeg stadium uit via de lymfe- en bloedbaan naar andere organen, met name naar de hersenen, lever en botten. Vaak zijn er bij de allereerste diagnose al uitzaaiingen aanwezig.
Symptomen van Longkanker
Longkanker geeft in de vroege stadia helaas zelden klachten, waardoor de diagnose vaak pas laat wordt gesteld. Symptomen die alarm moeten slaan zijn:
-
Een nieuwe, aanhoudende hoest die langer dan drie tot vier weken duurt, of een verandering in een bestaande "rokershoest".
-
Het ophoesten van bloed of bloederig slijm (hemoptoë).
-
Hardnekkige kortademigheid en een fluitende ademhaling.
-
Een constante, doffe pijn in de borstkas, rug of schouders.
-
Terugkerende longontsteking die niet goed reageert op antibiotica.
-
Algemene kankersymptomen: onverklaarbaar gewichtsverlies, vermoeidheid en nachtzweten.
Diagnose en Behandeling
De diagnose begint met een röntgenfoto en een CT-scan van de borstkas, gevolgd por een PET-CT-scan om eventuele uitzaaiingen op te sporen. De definitieve typering vereist een weefselbiopt, verkregen via een bronchoscopie of een naaldpunctie door de huid.
De behandeling verschilt per type. Bij NSCLC is een operatie (het verwijderen van een longkwab, lobectomie) de beste kans op genezing, mits de tumor niet is uitgezaaid. Dit kan worden gecombineerd met chemotherapie, radiotherapie, of moderne doelgerichte therapie (targeted therapy) en immuuntherapie, gebaseerd op de specifieke genetische mutaties van de tumor. Bij SCLC is een operatie vanwege de vroege uitzaaiingen zelden zinvol. De behandeling bestaat hier primair uit een intensieve combinatie van chemotherapie en radiotherapie. Hoewel SCLC in eerste instantie vaak goed reageert op deze therapie, keert de ziekte helaas vaak snel en in een agressievere vorm terug.
