Een longontsteking, medisch bekend als pneumonie, is een acute infectie van het longweefsel. Hierbij zijn de longblaasjes (alveoli) in één of beide longen ontstoken en vullen zich met vocht of pus. Dit maakt de uitwisseling van zuurstof en koolstofdioxide erg moeilijk, waardoor de patiënt zich ernstig ziek kan voelen. Een longontsteking kan variëren van mild tot levensbedreigend, vooral bij jonge kinderen, ouderen en mensen met een verzwakt immuunsysteem.

Oorzaken

Een longontsteking wordt meestal veroorzaakt door micro-organismen. De meest voorkomende boosdoeners zijn bacteriën, waarvan de Streptococcus pneumoniae de bekendste is. Daarnaast kunnen virussen, zoals het influenzavirus (griep) of het coronavirus (COVID-19), een pneumonie veroorzaken. Minder frequent zijn schimmels de oorzaak, wat vooral voorkomt bij mensen met een ernstig verminderde weerstand. Ook kan een longontsteking ontstaan door aspiratie: het per ongeluk inademen van voedsel, drank of maagzuur in de longen.

Symptomen

De symptomen van een longontsteking kunnen plotseling opzetten en omvatten:

  • Hoge koorts, vaak gepaard gaand met rillingen en klappertanden.

  • Een diepe hoest waarbij groen, geel of soms bloederig slijm wordt opgehoest.

  • Scherpe of stekende pijn op de borst, die erger wordt bij diep inademen of hoesten.

  • Snelle, oppervlakkige ademhaling en kortademigheid.

  • Algemene malaise, spierpijn, vermoeidheid en verwardheid (vooral bij ouderen).

Diagnose en Behandeling

De arts stelt de diagnose door met een stethoscoop naar de longen te luisteren (waar vaak krakende geluiden, ook wel crepitaties genoemd, te horen zijn). Een röntgenfoto van de borstkas (X-thorax) bevestigt de diagnose door de ontstekingshaarden in beeld te brengen. Eventueel wordt er bloed- en slijmonderzoek gedaan om de verwekker te identificeren.

De behandeling hangt af van de oorzaak. Een bacteriële longontsteking wordt behandeld met een antibioticakuur. Als een virus de oorzaak is, helpen antibiotica niet en richt de behandeling zich op rust, koortsverlagers en uitzieken, hoewel soms antivirale middelen worden ingezet. Ernstige gevallen vereisen ziekenhuisopname voor intraveneuze medicatie en extra zuurstoftoediening. Preventie is mogelijk via vaccinaties, zoals de pneumokokken- en griepprik.